Dutch Extreme 2001 

 

Start
Omhoog

 

Het is 7.45u zaterdagochtend 23 juni 2001. Ik wordt geïnterviewd door TV Limburg. Voor de camera noem ik de onderdelen met de bijbehorende afstanden. Het dringt nog steeds niet tot me door, hoe ver het in werkelijkheid is: 69 km kajak, 185 km ATB (werkelijk gefietst 220 km), 145 km skeeleren en 50 km lopen (later gecorrigeerd naar 65 km). Totaal gaan we dit weekend in werkelijkheid 500 km afleggen.

Bas en ik staan te trappelen aan de start boven op de St. Pietersberg in Maastricht. Ik wuif nog even naar Christine, onze begeleidster. Het startschot valt en we rennen met 40 teams van 2 personen naar de kajaks, 2 km verderop. Met de kajaks in de hand of op de nek, rennen we de berg af naar de Maas. Ondanks het strikken van een veter komen we als tweede bij het water aan. Het spatzeiltje over het randje frotten en de wedstrijd is nu echt begonnen. Het wordt al snel duidelijk dat onze gehuurde kajaks een stuk langzamer zijn dan de meest andere kajaks. Niet zeuren, het is een goede training voor Zwitserland*. Het grootste nadeel van kajakken op de Maas is dat het zo saai is. Een enkel mini stroomversnellinkje, maar dat was het dan ook. Al snel liggen we ergens midden in het totale deelnemersveld. Na 15 km staan mijn ouders langs de kant om ons aan te moedigen. Even groeten en weer verder. Ook Stijn, onze sponsor van Cactus Climbing zien we geregeld langs het parcours foto’s maken.

Door zijn ongetraindheid in het kajak onderdeel moet Bas stinkend zijn best doen om het tempo er in te houden. Na 40 km krijgt hij dan ook last van zijn schouder, die hij op een gegeven moment nauwelijks nog kan gebruiken. We koppelen de boten met een touwtje aan elkaar en peddelen vrolijk verder. Echt soepel gaat dit niet, maar wel een staaltje teamwork. Na een uurtje of 9 komen we eindelijk bij de finish van het kajakken in Herten (Roermond). Onze hoge ambities voor een podiumplek zijn waarschijnlijk al onhaalbaar, maar niet bij de pakken neergezeten. Christine heeft onze fietsspullen al klaar gezet en na een bak noodles en een schoudermassage springen we op de fiets. Lekker.

Het fietsparcours is over het algemeen zeer afwisselend, zowel verhard als onverhard. Onderweg moeten we een aantal ‘knipposten’ aandoen, waar we gaatjes moeten knippen in onze knipkaart. De routekaart is echter niet al te duidelijk en er staat niet alles op. Desalniettemin gaat het navigeren vrij goed. We halen al snel het eerste team (Sander en Martijn) in. Hun zullen we nog vaak tegen komen. Ook zij knippen netjes hun kaart. We komen tot de ontdekking dat niet alle teams knippen bij de posten. Dit was ook niet uitgelegd bij de briefing. Knippen kost tijd, maar je moet toch aan kunnen tonen dat je langs alle posten bent geweest. Tijdens de fietstocht moeten we drie keer met een pontje oversteken. De twee eerste pontjes varen af en aan, maar het laatste pont vaart alleen op de hele uren.

Ondertussen hebben we meerdere teams bijgehaald, en gezamenlijk gaan we op weg door Berg en Dal naar het laatste pont. Dit moeten we net voor 24.00u zaterdag nacht kunnen halen. Met soms wel snelheden van 45 km/u fietsen we kop over kop. Nog een kilometertje, maar mijn benen springen van de verzuring. Ik moet lossen en roep Bas die mij weer bij de groep trekt. We komen om 10 seconden voor 12 uur bij het pont aan, maar hij is al weg. Vloeken en tieren. Ik ben er te moe voor en ga rustig zitten: een uurtje pauze.

Om 1.00u worden we over gezet en met vier teams fietsen we gezamenlijk naar het eindpunt in Vorden.

Bij dit wisselpunt ontmoeten we veel teams. Sommigen slapen zelfs. We nemen weer een bakje noodles, een verse camelbak, verse repen en trekken onze skeelers aan. We vertrekken om 5.00u zondagochtend als dertiende. Al snel komen we tot de ontdekking dat de organisatie niet echt een parcours om te skeeleren heeft uitgestippeld. Het is bar en boos. Het parcours is voor 5% goed, voor 15% redelijk, voor 75% slecht en voor 5% zeer slecht. Vooral de dorpjes met hun authentieke klinker bestrating is afzien. Hier zien we veel teams uit stappen. Het is dan ook bijna onmenselijk. We worden wel vijf keer door hetzelfde team met klapskeelers ingehaald. Zij hebben een mooie kadans en hoge snelheid, maar zij moeten elk uur stoppen en rusten wegens pijnlijke voeten. Bas en ik stoempen gewoon door. Om 16.00u komen we aan in Noordlaren, het eindpunt van het skeeleren. Bas besluit te stoppen, hij moet de volgende dag werken, ik besluit door te gaan. Ik moet mij echter aansluiten bij een ander team, anders mag ik van de organisatie niet verder.

Het team van Peter Rutjes en Alwin Radstake komt binnen. Alwin is uitgeput en heeft veel last van zijn voeten. Ik sluit mij bij hun aan en 2 uur later vertrekken te voet we richting Pieterburen. Als blijkt dat Peter en Alwin de gehele tocht willen wandelen besluit ik om mij aan te sluiten bij een passerend hardlopend team. Team 16: de gebroeders Kuipers. Onze tactiek is 10 minuten hardlopen en 2 minuten wandelen. Na twee en een half uur komen we bij de eerste controlepost. Jullie hoeven nog maar 25 km wordt hier gezegd. We veren alle drie op. Zijn we al zo ver? Dat kan niet. Maar goed laten we zeggen nog 30 km. Dat valt ook niet tegen. Dan kunnen we voor 24.00u binnen zijn. Als we tijdens het lopen de kaart nog eens goed bestuderen rekenen we uit dat we zeker nog 50 km moeten lopen. Dat kan toch niet! We zullen ons wel vergissen. De volgende post zou 10 km verder zijn. 20 km later: is dat een post? Nee het is een motorrijder met een fotograaf. Hoe ver is het nog? Ik wil jullie niet verontrusten zegt de fotograaf, maar er wordt gefluisterd dat het parcours 20 km langer is. Dat verklaart veel. Even later komen we bij de volgende post. Het is vanaf hier nog maar een uur anderhalf uur tot Pieterburen. We geloven niemand meer en gaan gewoon op pad en zien wel.

Twee km voor Pieterburen stopt er een auto voor ons. Het zijn Hans en Elise die al uren bij de finish stonden te wachten. Hans loopt de laatste kilometers mee en om 3.00u zondagnacht kom ik samen met de gebroeders als achtste team over de finish in Pieterburen. Ik ben blij dat ik er ben, maar ben niet uitgeput. Het lichaam is goed getraind.

Ik heb tot maandag 17.00u geslapen. De spierpijn valt reuze mee, de endorfine verzacht veel.

* Na 500 km afzien ben ik toch wel een beetje trots op mijzelf. Volgend jaar weer? Ik weet het nog zo net niet. Over het algemeen (buiten het fietsen) was het nogal saai. Het was een goede training voor de Worldchampionships komende september in Zwitserland. Hier vertegenwoordigen we met een team van vier de Nederlandse eer.

 

 

You can contact the D.A.R.T. at bas@adventureracing.nl