|
|
|
|
Dutch Adventure Race Team versus Adrenaline Rush, Enniskillen, Ierland Mei 2002. Uit de herinnering van Dirk Gussinklo De aanloop. Na het WK in Zwitserland in september van 2001 was er binnen het Dart team meteen animo voor de Adrenalin Rush in Ierland in mei 2002. Lekker dichtbij, goed te betalen en het leek ons een geweldig land om in te racen. Het team voor deze wedstrijd zou bestaan uit Christine, Raymond, Mark en Ik. Jeroen was reserve. Ongeveer anderhalve maand voor de race moest mark zich terugtrekken vanwege een voorgenomen wijziging in zijn werkomgeving en dus vulde Jeroen zijn plaats op. We hadden inmiddels in Zandvoort de zee-kajakcertificaten gehaald die we in Ierland nodig zouden hebben. Natuurlijk was ‘de zee ervaring’ in Zandvoort tijdens de kalme dagen dat we daar trainden niet echt voldoende maar we trachtten de technieken zo goed mogelijk onder de knie te krijgen zodat we die onder alle ‘golfomstandigheden’ zouden kunnen toepassen. De andere benodigde certificaten waren voor ons meer een formaliteit. De daarvoor vereiste kennis en vaardigheden waren al aanwezig dus hoefden die alleen maar even door een erkende instructeur te worden getoetst. Piece of cake… Twee weken voor de race verdeelde ik mijn kisten onder het team en zo kon een ieder zijn eigen kist inpakken en controleren. Ruim een week voor de race raakte Jeroen geblesseerd aan zijn archillespees, zodat hij niet kon deelnemen. Koortsachtig werd gezocht naar een capabele vervanger. Natuurlijk was dit niet eenvoudig op deze korte termijn. Echter binnen onze eigen gelederen lukte het Bas om de week van de wedstrijd vrij te roosteren zodat hij met ons mee kon. Dit was een pak van ons hart omdat Bas het team zeker niet verzwakte en we op volle sterkte konden starten. Na het uitvallen tijdens het WK waren we toch gebrand op in ieder geval een uitgelopen race… Het is ongelofelijk wat een materiaal je steeds mee moet nemen naar een race. Ondanks dat het materiaal natuurlijk zo licht mogelijk wordt gehouden werden onze kisten toch zwaar. Het gemiddelde lag ongeveer bij 35 kilo per kist en voor de fietsen, in de van John Wiggerman geleende fietskisten, was het gemiddelde ongeveer 25 kilo schat ik. Al met al bleek dit op het vliegveld bij het inchecken aan de balie van Easyjet te veel van het goede en we hebben echt alles op alles moeten zetten om überhaubt met al ons materiaal aan boord van het vliegtuig te komen.
Ierland.
Op vrijdag 24 mei vlogen we naar Ierland. Christine, Ray en Bas vlogen al in de morgen terwijl ik op dat moment een examen maakte in het kader van mijn opleiding. Later op de dag vloog ik ook naar Belfast en trof de rest op het vliegveld. Daar was ook een ander Nederlands team onder leiding van Rob Lammers. De rest van het team bestond uit Bea, Rene en Sander. Na lang wachten werden we opgepikt door een bus die ons naar het 120 kilometer verder liggende Enniskillen bracht. Raymond, die al eerder vervoer had gekregen naar Enniskillen had inmiddels kwartier gemaakt dus we konden zo de tent in voor de eerste nacht.
Zaterdag. De zaterdag was de dag van het testen. De gearchecks, het testen van onze navigatiekennis en de vaardigheden in het klimmen/abseilen en het kajakken. Het kajakken werd hier heel serieus genomen. We moesten met beide duokajaks omslaan, dan vijftig meter zwemmen met dat ding en daarna weer terug in de boot. Eerst de ene boot over de andere leggen en zo al het water eruit laten lopen en dan erin. Daarna hetzelfde bij de tweede boot. Een X-rescue noemen ze dat. De kajaks voelden trouwens meteen goed aan. De besturing zat achterin en de stuurpedalen waren erg makkelijk op maat te maken. Dit gaf me veel vertrouwen in de eerste kajak etappe. Vanaf de start ongeveer een kilometer of 40. Voor ons verliepen alle testen vlekkeloos. Alles kon op deze zaterdag worden afgerond. Dat was ook zeker de intentie omdat we zaterdag avond de kaarten en de coördinaten voor de race zouden krijgen. Inderdaad kregen we deze gegevens ‘s avonds. Een roadbook met daarin alle benodigde coördinaten en een stuk of zes stafkaarten van 1:50.000. Vrijwel meteen daarna gingen we ermee aan het werk. We zetten de coördinaten uit op de kaarten en verbonden daar een route aan. Een aantal onduidelijkheden werden opgelost op een vragen halfuurtje later op de avond met alle teams en de race leiding. Er waren teams bij die hadden alles al gecontroleerd. Ongelofelijk zo gedetailleerd zij al vragen stelden. Tot een uur of twaalf bemoeiden we ons met de kaarten en de route en daarna was het tijd voor de laatste ‘normale’ nachtrust de komende week. In tegenstelling tot wat gebruikelijk is, namelijk starten in de vroege morgen, zou hier om 1800 uur gestart worden. Op zondagmorgen ontvingen de teamcaptains, in ons geval Raymond, de laatste wijzigingen en aanvullingen van de race-director terwijl wij de laatste hand legden aan de route en ook de kaarten plastificeerden. Voor deze klusjes maakten we dankbaar gebruik van het hotel waar we zaterdag en zondag drie maal per dag konden eten. In de middag pakten we onze kisten nogmaals opnieuw in met nu alleen de race-gear erin en ook maakten we de boten gereed voor de start. De pompen erin, peddels eraan met een stuk elastiek, de waterzakken erop en zo ook de voeding. De rugzakken en de fietskleding die we vanaf de tweede etappe, op de fiets, nodig zouden hebben propten we in de waterdichte compartimenten van de boot. Snel aten we in het hotel nog een laatste pasta maaltijd en togen naar het startterrein. Hier was inmiddels iedereen al aanwezig. Maar ja, waarom zou daar gaan staan wachten ?
De start.
Om 1800 uur precies startte de race. 475 kilometer voor de boeg… We startten onder aan het water aan de voet van een oud kasteel. Van hier moesten we ongeveer honderd meter rennen naar de boten. Deze zeewaardige dubbele kajaks waren voorzien van een roer dat de achterste peddelaar met zijn voeten kan bedienen. Natuurlijk renden we zo snel mogelijk en we gleden ongeveer als vijfde team in het water. In het water begonnen Ray en ik ( wij zaten beide achterin) meteen te peddelen, terwijl Christine en Bas eerst hun spatzeil vast maakten. Zo maakten we om de beurt de zeiltjes vast zodat we geen tijd verloren. Toch waren er snellere teams want we hadden al een paar plaatsen verloren toen we eenmaal goed onderweg waren. In de eerste uren op het water moest ik eerst helemaal tot rust komen. Een hele hectische week voor de wedstrijd, een hele hectische dag voordat de wedstrijd dan in de avond eindelijk begint en dan zijn er ineens een heleboel uren waarin ik niets anders hoef te doen dan peddelen…een geweldig moment in iedere race wanneer je beseft dat je een week, of een weekeind, van sporten voor je hebt en je op voorhand niets zinnigs kunt zeggen over het verloop ervan. Spannend. Het kajakken was even wennen. Christine die bij mij in de boot zat had een langzamere slagfrequentie dan ik. Natuurlijk was dat geen probleem. Na een half uurtje zat die slag bij mij er wel in en concentreerde ik me weer op iets anders. Het bleek dat de andere boot met Ray en Bas niet goed mee kon komen. De oorzaak hiervan was dat Bas wel heel erg zijn best deed maar niet met de juiste techniek. Bij het kajakken verlies je dan meteen snelheid. De afstanden tijdens deze wedstrijd zijn eigenlijk wel te groot voor een haperende techniek. Ieder heeft zijn sterke en zijn minder sterke onderdelen. Vanaf de kant lijkt het kajakken net als het roeien te gaan om kracht. Niets is echter minder waar.
Natuurlijk was dit lagere tempo geen verschil van uren dus we bleven aardig in het midden van het deelnemersveld hangen. Bas verzorgde het leeuwendeel van de navigatie hier op het water en dat verliep hartstikke goed. Zonder mankementen of kleerscheuren bereikten we de knippertjes (deichings) waarmee we de juiste bewijslast achterlieten in ons paspoort. Het was inmiddels al ver in de avond en het begon al donker te worden. De navigatie zou dan wel iets gecompliceerder worden. We schoten echter al aardig op. Blijkbaar had de organisatie niet gerekend op het hoge vaartempo of op deze weersomstandigheden. Net een paar minuten voor middernacht landden we aan wal bij wisselpunt 1. Zo snel mogelijk kleden we ons om in ons fietstenue en we vertrokken. Na die peddel van 4 uur hadden we wel zin in een stukje fietsen…
Enthousiast sprongen we op de fiets. Na een meter of dertig werd het meteen al minder met de trapsnelheid want voor ons lag een enorm steil, glibberig pad waarvoor zelfs een Brentjens geen tandvlees genoeg heeft. Dus dat werd duwen. Eerst liep het pad recht tegen de bult op maar al gauw begon het pad te zigzaggen want het kon nog steiler. Toen we daar eenmaal aan gewend waren en een constant tempo konden handhaven werden we aangenaam verrast door betonnen trappen die voor afwisseling kwamen zorgen. Uiteindelijk kwam er een einde aan deze klimpartij, en wel bovenaan. Christine besloot om ons twintig meter onder het hoogste punt nog even wakker te schudden door pardoes zes meter naar beneden te glijden. Raymond die een stukje geschiedenis deelt met Christine, dook er subiet achteraan. Mentaal ben je voorbereid op een zware week vol met allerlei onverwachte gebeurtenissen en ongerief, maar ook dan kun je je gewoon ‘verstappen’…gelukkig viel het mee en konden we meteen onze weg vervolgen. De tocht die toen volgde is eigenlijk niet goed te beschrijven. Het hangt een beetje tussen fietsen en wadlopen denk ik. Het was natuurlijk midden in de nacht maar niet echt erg donker. Ik weet niet meer of er een maan was maar er was in ieder geval nog wel wat zicht. De tracks die we volgden waren veranderd in modderpoelen waar we soms knie-diep doorheen gingen. Soms was het vlak maar meestal ging het iets omhoog of erger nog, naar beneden. Nog nooit heb ik zoveel modder bij elkaar gezien. Het was glijden en glibberen en natuurlijk schoot het voor geen meter op. Op dit moment liepen we met meerdere teams bij elkaar. Soms viel er iemand om…!
Maandag. In de loop van de nacht fietsten we echter ook over ‘droge’ paden en wegen. Toen het al weer een tijdje licht was, dat licht begon zo rond een uur of vier, kwamen we al aardig in de richting van het volgende wisselpunt. Echter fietsen konden we niet meer. Het terrein buiten de paden bestond voor het grootste gedeelte uit hoogveen. Drassig land en veel, heel veel pollen. Pollen waartussen de grond of de turf weggespoelt was. Je kon dus proberen van pol naar pol te stappen maar dat was een beetje wankel. Eigenlijk kon je alleen maar tussen de pollen door lopen en je fiets mee sleuren. Of dragen, en dan weer sleuren, en dan weer dragen of toch beter sleuren…? Dit duurde erg veel langer dan we hadden verwacht. De tijdwinst die we hadden gemaakt bij het kajakken was nu weer verloren. We passeerden nog wel een team of drie onder weg. Op maandagmiddag om 13.30 uur arriveerden we bij wisselpunt 2. We hadden inmiddels tabak van het fietsen en we begonnen vol goede moed aan de trekking. Het regende inmiddels en dat zou ook nog wel even zo blijven. Vanaf de PC kozen we een route die ons bovenop de eerste top bracht waar zich ook het prikkertje bevond. In de meeste wedstrijden zijn alle posten bemand en dan zie je van een afstandje de post al. Hier in Ierland was dat wel effen anders. Die prikkers zijn klein en die liggen gewoon op de grond. Dat betekend dat je er al bijna bovenop moest gaan staan voor je hem zag. Heel nauwkeurig navigeren dus… Zo ging het omhoog en omlaag en uiteindelijk weer serieus omhoog. In de loop van de middag werd het weer droog en het leek een redelijk goede nacht te gaan worden. Onze voeten waren redelijk droog toen we wegliepen maar dat hielden we niet lang vol. In dit veenachtige landschap is alles op zijn minst drassig. Dus natte voeten. Ik had van tevoren met Christine een aantal mogelijke routes uitgestippeld en onderweg vergeleken we die steeds om hieruit de hopelijk beste optie te kiezen. Raymond navigeerde ons direct naar de eerste prikkers maar we zagen toch teams vóór ons die toch echt na ons aan de trekking waren begonnen. Blijkbaar was er een snellere route die we niet hadden herkend op de kaart. Eigenlijk had ik na de wedstrijd kaarten moeten vergelijken met een ander team om te kijken wat nu die snellere route was geweest. Daar kun je van leren natuurlijk, maar ja, na de wedstrijd dacht ik aan hele andere dingen. We passeerden hier het andere Nederlandse team die dus ook, op voor ons onduidelijke wijze, voor ons waren beland. Hier echter navigeerden wij hen voorbij en liepen wij recht op de prikker af terwijl wij hen zagen zoeken op een flink aantal hoogtelijnen lager… Na deze prikker die bij een hoekpost van een omheinig lag traverseerden we over de helling van een bult. Weer was hier de mogelijkheid om verschillende routes te kiezen. Of zo goed als recht omhoog en eroverheen, of eromheen in een hoger tempo. Wij besloten hier voor de hoogtemeters. Twee teams die ons nakwamen bewezen de mogelijkheid voor deze route. Natuurlijk mag je daar geen conclusies aan verbinden maar het is toch een goed gevoel dat een ander team dezelfde route kiest. Dit was een helling waarbij de leki’s (loopstoken) eigenlijk onmisbaar waren. Niet helemaal onmisbaar, bewees ik omdat ik ze niet gebruikte. Noodgedwongen, want ze waren al verloren gegaan bij de wissel kajak/fiets de afgelopen nacht. Het Volgende knippertje werd in ons roadbook omschreven als: “ rocky quarts outcrop”.Dit betekend zoveel als een uitstulping van quartz gesteente. Dat moet te herkennen zijn dachten we. En dat was het ook. Je kon het van honderden meters ver zien, maar het leek niet geheel overeen te komen met de coordinaten en de kaart. Toch liepen we er heen en vonden de knipper. Hier aangekomen was het ook zo donker geworden dat we onze headlights weer nodig hadden en ook de kleding voor de nacht aantrokken. Ons volgende doel was PC 3 . Hier wachtte ons een abseil en wat touwwerk. We schatten dat het niet erg lang kon duren voor we daar zouden arriveren maar het was een redelijk moeilijke route. De kaart was op dit punt moeilijk te interpreteren en het was natuurlijk ook nog donker. We hadden besloten eerst over een afstand van 300 meter een kompaskoers te volgen en daarna tot aan het klif waar we moesten zijn een andere koers. Deze twee koersen liepen haaks op elkaar. Het is verbazend hoe moeilijk het is om ’s nachts de afstand te schatten en de juiste richting te houden.
Dinsdag. De maan die ons de vorige nacht van dienst was geweest liet het nu afweten. Toen we de PC waar het abseilen begon hadden gevonden zagen we dat ze achter ons breaklights hadden neergehangen om het laatste deel van de route te verduidelijken. Dat hoefde voor ons niet meer. Het was 01.09 uur op dinsdagmorgen. Ruim 39 uur wakker en goed 30 uur onderweg. Boven op dit klif werden we ‘gebriefed’ over de te komen abseil. We mochten meteen naar de start van de abseil maar we werden wel gewaarschuwd. Bij de abseil zou de berggids die daar de leiding had ons even aan de tand voelen. Hij zou beoordelen of we nog fit genoeg waren om deze abseil veilig te doen. We bereidden ons voor en lieten de gids zijn gang gaan. Hij vroeg ons technische dingen die met de absel te maken hadden. Zijn oordeel was gunstig, dus we konden door. Het was pas de tweede nacht maar toch waren er teams die verplicht twee uur rust moesten nemen om te mogen afdalen. Zelfs zeer ervaren teams strandden hier. Zoals het team met onze ‘DART-genoot Pepijn’, Pepijn was in Ierland gekomen om de organiserende gelederen te versterken maar werd op het laatste moment gevraagd om een canadees/Italiaans team te completeren. Pepijn is nog onervaren maar hij had al wel geruime tijd met ons mee getraind en hij beheerste dus wel de benodigde vaardigheden. Er is natuurlijk geen betere manier om ervaring op te doen dan in de wedstrijd zelf dus die kans liet ‘Pepi’, zoals hij werd genoemd, niet schieten. Zij waren in een hoger tempo gestart dan wij maar werden dus hier geklopt door ons. Zij mochten niet afdalen en kregen de verplichte twee uur rust. Daarna kregen zij nog twee uur omdat zij nog niet uitgerust waren blijkbaar. Van het boven op een klif, in de wind zonder echte beschutting, twee uur stil liggen of zitten wordt je doorgaans niet fitter, dus daar kan ik me wel iets bij voorstellen. De afdaling ging 1 voor 1. Allemaal aan hetzelfde touw. De lijn was erg lang en dus ook erg zwaar. Het afdalen stelde niet veel voor. Vooral natuurlijk omdat we toch niets zagen vanwege de duisternis. Onder aangekomen mochten we een uitgelint parcours volgen dat naar de Jumar-sectie voerde. Een Jumar is een steigklem met een handvat. Dus met twee jumars kun je veilig langs een touw omhoog klimmen. Deze Jumar sectie was niet erg lang maar omdat we allemaal op elkaar moesten wachten duurde het toch even. Nadat we alle vier weer naar boven waren geklommen restte ons nog een ‘tirolean’. Dit is eigenlijk een tokkel waarbij je met je harnas direct aan een katrol zit en je je dus evenwijdig aan de tokkel lijn beweegt. Best leuk om op deze manier over een afgrond te zoeven. Wederom zagen we dus bijna niets omdat het nog donker was. Na deze onderbreking gingen we weg naar het volgende knippertje. Enig overleg vormde de basis voor de route. We zouden dezelfde weg teruggaan als dat we waren gekomen. Ik had ons hierheen geleid en dus leiddde ik ons ook weer terug. Op het moment dat we de oude route verlieten was het weer licht en dat maakte het navigeren weer makkelijker. Een volgende handicap was de regen en de mist. Het was vreselijk somber weer geworden en Raymond belandde hier in zijn dip. Iedereen heeft zo zijn momenten. Daarom vind ik het ook belangrijk dat iedereen in het team wat van navigeren weet. In de regen liet ik mij door de kaart en de omgeving voor de gek houden. Ik had het gevoel dat we al op de plaats van de knipper zouden moeten zijn maar na veel zoeken en steeds opnieuw kijken naar en controleren van de kaart kwamen we tot de conclusie dat we nog verder moesten. Groot was de opluchting toen we eindelijk de knipper in de handen hadden. Hierna nam Christine de kaart en was het tijd voor mijn dip… Mijn lichaam deed het goed maar ik was toch wat moe geworden. Het was een inspannende nacht geweest waarin de concentratie zijn tol had geëist. Nu had ik geen kaart meer en hoefde ik alleen nog maar te lopen. Raymond was weer helemaal bij en ook de anderen verging het goed. Op de momenten dat de kaart bestudeerd werd door Christine, Ray en Bas ging ik snel even zitten en sliep tot ze mij weer riepen. Dit was hooguit een paar minuten maar het was toch wel prettig. Deze trek voerde ons langzaam uit de bulten naar wat vlakker land. Het lopen werd er echter niet beter op. Het veen werd drassiger en hier waren plekken waar het net leek of je erop zou kunnen staan maar waar je het volgende moment tot aan je middel in zat. Het was net water met een korstje. De pollen van veen werden ook steeds hoger zodat je er soms echt tegen op moest klauteren of er helemaal omheen moest lopen. Wat een bizar land. Toen we de heuvels achter ons lieten liet ik ook mijn dip achter. Mijn hoofd was weer helder en vol goede moed. We hadden we al een paar uren verspeeld de afgelopen 24 uur en dus werd het nu tijd om voort te maken en lange zoekacties naar de knippertjes konden we ons eigenlijk niet meer veroorloven dachten we. Op deze dinsdag om 22.30 uur was de cut-off op wisselpunt 5. Het was nog een stevige mars naar wisselpunt 4 en daarna nog een fiets-etappe. Je weet nooit wat er nog precies komt en daarom is wat speling wel prettig. Dus doorlopen… De eerstvolgende knipper hadden we betrekkelijk snel gevonden en vanaf hier konden we na een kleine doorwading een kompaskoers volgen die ons bij de volgende cp zou brengen. Deze koers liep door midden door een hele brede vallei. We liepen in een redelijk hoog tempo maar het leek alsof we niets opschoten. Het was zo mogelijk hier nog drassiger geworden zodat we regelmatig van de koers af moesten om de ergste troep te ontwijken. Uiteindelijk kwamen we in de buurt van de CP en de laatste kilometers konden we gebruik maken van een pad dat ons precies naar het wisselpunt leidde. Op dit pad konden we gelukkig even rennen. In veel races zijn er meer mogelijkheden om te rennen maar hier in Ierland was dit echt een luxe. Het had echter ook een groot voordeel. Op wat hardere grond kun je wel sneller verplaatsen maar je gestel lijdt er wel meer onder. Je wordt stijf en krijgt eerder pijn in je voeten. Hier in die zachte zooi, waar geen stap hetzelfde is hebben je benen en voeten veel minder te leiden. Tussen de laatste knipper en dit wisselpunt 4 passeerden we ook het team van Anna Mc Cormack. Dit team zouden we nog vaker tegen komen deze race. Op het wisselpunt kleedden we ons om in fiets-tenue en gingen snel onderweg. Volgens de official op de pc hadden we nog tijd genoeg om bij Wisselpunt 5 te komen. Daar was namelijk een deadline voor gesteld. Als je niet voor de deadline binnen zou zijn bij wisselpunt 5 dan zou je een alternatieve, lees: kortere, route aangeboeden krijgen. Dat was natuurlijk niet de bedoeling. Het was nu kwart over drie op dinsdag middag. 55 uur wakker. We hadden afgesproken om op wisselpunt 5 te gaan rusten. Hier waren onze kisten en hadden we de tent. We hadden daar slaapzakken en matjes en konden daar dus goed even op krachten komen. Dat zou een prima plaats zijn voor de overnachting. Van wisselpunt 4 naar wisselpunt 5 bleek een peuleschilletje. In een goede twee uur fietsten we naar wisselpunt 5. Daar aangekomen begon ik met het maken van een warme maaltijd voor Ray en Chris en zij zetten de tent op. Na een snelle maaltijd verdwenen zij als eerste in de tent. Toen kwam de official ons melden dat er een wijziging was in het parcours. Vanaf wisselpunt 6 zouden we moeten zeekajakken maar door de storm die blijkbaar boven de zee woedde werd dit door de race director te gevaarlijk geacht. Erg jammer van die storm want hierop had ik me zeer verheugd.Door het uitvallen van deze etappe raakten we onze geplande rust kwijt. We mochten hier wel slapen, maar omdat we na de komende mountainbike etappe toch met de auto vervoerd zouden worden naar wisselpunt 8 en vandaar weer met de auto naar wisselpunt11 besloten we het slapen uit te stellen. Omdat er voor het uitvallen van deze etappe een paar teams al aan het zeekajakken waren begonnen zou er een herstart moeten plaatsvinden en dus was het belangrijk zo snel mogelijk bij wisselpuntv6 te zijn, om een zo goed mogelijke uitgangspositie te hebben bij die herstart. In de auto’s zouden we wel even kunnen slapen. Ik was echter nu nog helemaal niet moe, dacht ik…
Dus… we pakten zo snel mogelijk ons boeltje weer bij elkaar en gingen per mountainbike onderweg naar wisselpunt 6. Na een hele lange klim volgde er een redelijk vlak stuk waarbij we best een redelijk tempo konden realiseren. Totdat plotseling Bas tot de ontdekking kwam dat zijn controlestrip, waar je met de prikker op de controlepunten gaatjes in prikt, nog aan zijn rugzak zat. En die rugzak had hij in zijn kist gelaten omdat hij een drager had op zijn MTB waarop hij zijn spul vervoert… Wat nu, we waren goed drie kwartier onderweg. Voor de wedstrijd was het duidelijk genoeg gemaakt door de organisatie; geen strip, geen classering. Er restte ons dus niets anders dan terug te gaan naar de kist. Bas kwam op het idee dat hij wel even alleen terug kon gaan fietsen, dan zou hij veel sneller zijn. Dit leek in eerste instantie best een goed idee, temeer omdat Bas de snelste was op de fiets. We hadden nog geen idee hoeveel tijd dit zou gaan kosten… Inmiddels was het al even geleden dat Bas was vertrokken toen we ons realiseerden dat we een grote fout hadden gemaakt. Bas was er nu in z’n ééntje vandoor maar hoe zat het ook weer met de maximale onderlinge afstand van de vier teamleden? In de meeste wedstrijden was het 100 meter. We kwamen tot de conclusie dat we geen van drie enig idee hadden over de regel in de Adrenalin Rush. In ieder geval hadden we het nergens gelezen. Dus op hoop van zegen… Na ongeveer twee uur wachten/dommelen in een brandhoutopslagplaats was er nog geen spoor van Bas. Ik besloot hem een eindje tegemoet te fietsen. Na twintig minuten keerde ik terug; geen spoor van Bas. Raymond was inmiddels ook al gaan kijken maar ook zonder resultaat. Plotseling kwam er een Red Bull promotieauto aan rijden waar Bas uit sprong. Hij was snel naar teruggefietst naar wisselpunt 5 en was al bijna weer weg toen de official hem vroeg wat er aan de hand was. Hij vertelde in het kort wat het probleem was geweest en ook dat het al weer opgelost was omdat hij nu zijn stripje had en gauw weer verder wilde gaan. Echter daar bleek een probleem. Waar was de rest van het team? Bas probeerde nog wat door te zeggen dat we een eindje verder stonden te wachten maar de official stelde, overigens geheel terecht, vast dat ons team uit elkaar gegaan was. Omdat dit een gouden regel is die nooit gebroken mag worden werd Brian Elliott gebeld. Brian is de race director/organiser en hij zou beslissen over de consequentie van ons handelen. Bas zat daar maar te wachten en had het inmiddels vreselijk koud gekregen. Uiteindelijk kreeg hij toestemming om weer naar ons toe te gaan en we mochten de race vervolgen maar niet zonder een tijdstraf van twee uur! We hadden inmiddels al drie uur verloren en nu kregen we er nog twee bij. Dat dit een domme ondoordachte actie was geweest was ons was ons wel duidelijk. We hadden weer wat geleerd! Nou ja, we waren gelukkig weer met z’n vieren en konden eindelijk verder. Na een flink stuk asfalt sloegen we links af een onverhard pad in. Langs dit pad lagen grote witte brokken plastic die in het, alweer, bijna donker onverklaarbare objecten vormden. Bas en ik keken ernaar en probeerden al fietsend te ontdekken wat het voorstelde. Ons vermogen om te analyseren, en zo te bepalen waar het hier om ging, was door het slaapgebrek teveel aangetast. We hadden geen idee wat het was. We hadden toen ook nog geen idee dat het slaapgebrek de oorzaak was van dit onvermogen. Er volgden veel lange paden met geulvormige sporen die ons langzaam weer berg op leidden. Omdat de knippers onderweg zo klein zijn dien je redelijk nauwkeurig de kaart en de coördinaten te handteren. Als dan de werkelijke plaats van de knipper niet overeen komt met de coördinaten op de kaart dan zoek je je een ongeluk. Dit is erg frustrerend. Vooral wanneer je probeert verloren tijd in te halen. Natuurlijk vonden we hem wel uiteindelijk… Na deze knipper bleek er een keuze mogelijkheid in de route. De route die we ingetekend hadden op de kaart ging door het bos en door de bulten. De alternatieve route was veel langer maar ging over een weg. Nog vers in ons geheugen lag de troep die we tijdens de eerste fietsetappe door het bos waren tegengekomen. Op de kaart gezien leek deze route niet veel beter te worden. We besloten de gok te wagen en er omheen te fietsen.
Woensdag. Inmiddels was het alweer middernacht geworden en de woensdag was dus aangebroken. Onder het fietsen werd nu weinig meer gesproken. Iedereen was aangeslagen door de afgelopen dagen en allemaal waren we toe aan een paar uur rust. Maar we zouden eerst nog even doorfietsen naar PC 6. Door de waterdoorsteken en de plassen was al de smering van mijn ketting afgespoeld. Met het schakelen merkte ik dat al langer maar nu begon mijn ketting te protesteren. De ketting bleef aan het voorblad hangen en sloeg geregeld vast. Op een gegeven moment kon ik er niet meer mee fietsen. Bas zette pardoes de fiets op de kop en keek naar mijn ketting. Deze was redelijk misvormd. Met heel weinig gereedschap en veel improvisatie kreeg Bas ‘bike’ d’Herripon de fiets weer aan het rijden. Handig zo’n Bas. We waren nu aangeland op de verharde weg die ons in de buurt van wisselpunt 6 zou brengen. De slaap kreeg nu regelmatig de overhand. Het tempo was gezakt tot langzaam en er werd helemaal niet meer gepraat. Met mij ging het best goed op dit moment en ik hield me dus vooral bezig met de kaart. Steeds vaker zag ik Christine bochten maken die zij niet zo had bedoeld. Ze fietste constant aan de verkeerde kant van de weg. Niet zo vreemd natuurlijk omdat die verkeerde kant in Nederland de goede kant is. Bas miste op een haar na een aantal obstakels omdat hij zijn ogen net op tijd weer open deed. Het was nog maar een klein eindje naar PC 6, maar wanneer ik even moest stoppen om op de kaart te kijken dan stonden ze gewoon te slapen… Een paar keer leverde het fietsen en het slapen tegelijk ook gevaarlijke situaties op. Toen werd het echt tijd voor een kort bivak. Na even zoeken vonden we een nog niet geheel afgebouwd huis zonder deuren en ramen. In dit huis was het een enorme bende maar er bleek op de eerste verdieping een lege kamer te zijn. Hier sliepen we ongeveer anderhalf uur. We zagen nu de zee niet ver van ons vandaan en er rolden inderdaad best aardige golven. We stonden hier boven op de bult en toen we weer op de fiets zaten zoefden we met grote snelheid over de straat. Na ongeveer een kwartier, zonder één keer te trappen kwamen we voorbij PC 6. We fietsten er voorbij want we moesten eerst nog een knipper zoeken. We moesten nu een stukje tegengesteld aan de ‘normale’route fietsen. Dit ging weer steil omhoog en er zaten diverse stukjes tussen waar ik niet meer kon fietsen. Helemaal bovenop de berg zat er een hek over het pad waaraan de prikker was bevestigd. Hier zagen we ook weer Anna en haar team die van de andere kant waren gekomen. Het was inderdaad een vreselijke blubbertocht geworden. Met onze omweg hadden we een goede zet gedaan. Na dezelfde weg terug gefietst te hebben arriveerden we bij wisselpunt 6. Hier stond al een busje te wachten waar wij samen met het damesteam in plaatsnamen. Het was woensdagmorgen 07.38 uur. Ik weet niet hoelang we in dit busje zaten maar op een gegeven moment kwamen we aan bij wisselpunt 8. Dit was een herberg notabene. Hier werd ons verteld dat we opgehaald zouden worden maar dat niemand nog wist wanneer. Gezien de ervaring met de vorige teams zou het wel een uur of acht kunnen duren dachten ze. Wij kregen hier een kamer met vier bedden toegewezen. We mochten eventueel douchen en er was warme kippesoep voor iedereen. Wat een luxe. Heel erg contrasterend met wat we gewend waren… Eigenlijk had ik hier wat moeite mee, maar ik kan niet ontkennen dat het een prettige onderbreking was. We besloten goed te eten en dan te gaan slapen. We zouden wel zien wanneer we gewekt werden voor transport. Ik had het gevoel dat ik net sliep toen de official op de deur van de kamer bonkte en het tijd was om op te staan. Het was inmidddels slechts twee uur later geworden. Snel kleedden we ons aan en een paar minuten later zaten we weer met de dames in de bus. Ik voelde me uitgeslapen. Ik praatte wat met het andere team terwijl links en rechts van mij iedereen in slaap viel. Uiteindelijk restte mij niets anders dan ook maar te gaan slapen. Natuurlijk lukte dat. Achteraf is het natuurlijk dom om niet meteen na het instappen de ogen weer dicht te doen. Wie weet wanneer je weer de mogelijkheid krijgt om te slapen zonder dat het racetijd kost. Op woensdagmiddag om 12.45 uur werden we gedropt bij wisselpunt 11. Hier zouden we verder gaan met twee paarden. Brian Elliot was hier ook en hij besliste dat wij moesten wachten tot vier uur voordat we mochten vertrekken. Op dat tijdstip hadden we weer de goede afstand tot de teams voor ons. Onder de tent van Red Bull plaatsten we onze kisten bij elkaar en bereidden we ons voor op de tocht met de paarden. We aten en we dronken, we pakten onze rugzakken weer netjes in en ik bereidde de route voor. Het deel wat we te paard zouden afleggen was een vaste route waarvan niet afgeweken mocht worden. Deze route werd ons gegeven in de vorm van een oleaat. Dit tekende ik in op de kaart en daarna bereidde ik de rest van de route voor die nog zou volgen. Na de paarden zouden we weer een trekking krijgen en daarna weer een fietsetappe. De bedoeling was hier dat we ook nog wat zouden slapen maar in mijn geval kwam dat er niet van. Om vier uur hadden we onze kisten weer gestapeld en waren we klaar voor vertrek. We bevonden ons ergens aan de westkust want we konden de zee ook duidelijk zien. Dit was oorspronkelijk het eindpunt van de zeekajaketappe. Een eindje na vieren kregen we twee paarden toegewezen. Raymond en ik op de paarden en Bas en Chris ernaast. Raymond had de rugzak van Bas voor op het zadel gebonden en ik droeg de zak van Chris samen met de mijne op mijn rug. Zo ging het prima. We draafden stukken en hielden dan wat in zodat we niet te ver vooruit reden. De route was dit eerste deel erg makkelijk. Over het algemeen voerde het ons langs de zeekust over kleine asfalt weggetjes en over harde paden. Na een paar uur lopen, Ray en Bas hadden al gewisseld, kwamen we op een strand. Het was hoogtij en daarom was er weinig zand om over te lopen en veel keien. Dit was vooral voor de paarden minder prettig maar zonder veel protest bleven ze vooruit gaan. Natuurlijk hadden ze hier en daar nog wat prikkers neergelegd. Zonder al te veel moeite vonden we de prikkers. Ik vond dit onderdeel best leuk. Paardrijden doe ik graag. Jammer vond ik het wel dat dit ons door een veel dichter bevolkt gebied leidde dan voorheen. Hier stonden veel huizen en zag je kleine dorpjes. Af en toe moesten we voor een auto aan de kant. Volgens de kaart zou er nog een stuk strand komen, maar daar konden we niet overheen. Vanwege het hoge tij was hier geen strand meer, alleen maar water en een klein strookje ‘keienstrand’ met zulke scherpe stenen en rotsen dat we daar de paarden niet aan waagden. Dus waren we gedwongen een alternatieve route te zoeken. Kijkend op de kaart ontdekten we een heel klein weggetje dat ons in de goede richting zou brengen zonder dat we ver van de oorspronkelijke route af hoefden te wijken. We besloten dat weggetje dan maar te zoeken. Eenmaal op dit weggetje bleek het een nog kleiner weggetje te zijn dan de kaart deed vermoeden. Het was duidelijk een particulier weggetje dachten we, tot wij werden aangesproken door een vrouw met haar zoon, toen wisten we het zeker… Ze vroeg ons vriendelijk,doch zeer dringend, haar land spoedig te verlaten. Ze was er zeker niet van gediend dat wij zonder toestemming over haar gebied reden. Op mijn verzoek gingen de anderen door en bleef ik even praten met deze mensen. Blijkbaar waren er al meerdere teams langsgekomen en die hadden de hekken van het weiland open laten staan en waren toen ze werden aangesproken hard door gereden! Ik vertelde haar wie we waren en waarom we hier reden. Uiteindelijk lukte het mij haar te overtuigen van onze goede wil en wenste ze ons nog veel succes. Nu blijkt meteen de handicap van een te dicht bevolkt wedstrijdtoneel. Ik begrijp best dat de snelste teams omwille van de tijd geen trek hadden om met deze mevrouw in conclaaf te gaan over het hoe en waarom van het gebruik van haar land. Na een aantal uren verder gerend te hebben, het zou weldra donker worden, bevonden we ons aan het begin van een bospad. Dit was een pad van een aantal kilometers door een dicht begroeid dennenbos. Het schemerde al, dus we moesten voortmaken. Immers, in een dennebos is het overdag al bijna donker… Het eerste deel verliep voorspoedig. We konden eigenlijk ook maar 1 kant op. De paarden waren redelijk mak en lieten zich best goed sturen over het smalle paadje. Wel was het oppassen dat we niet te dicht langs de bomen stuurden want dan kwamen onze benen klem te zitten. Op een gegeven moment hoorden we geroep in het bos. Ik hoorde duidelijk een vrouwenstem: “Help”, zei ze! Zij bevond zich ongeveer 40 meter links van ons en ik rende er snel naar toe. De dame in kwestie was echter helemaal niet in nood. Wat ze wel had weet ik niet; ze was een racer en dus vroeg ik maar niet verder. Die lui hadden in dit stadium van de race allemaal psychische hulp nodig. Snel begaf ik me weer naar het team en we zetten de tocht voort. Al na een paar honderd meter werd het pad steeds smaller en we bogen ons dieper over de kaart. Het was inmiddels zo donker geworden dat we eigenlijk de lampen nodig hadden. Maar we wilden eerst het bos uit omdat de paarden onrustig werden. De oorzaak daarvan was, denk ik, dat zij alleen maar reageerden op ons omdat niet iedereen van ons hier nog de lol van in zag. Toen we een ‘keren op de weg’ actie hadden uitgevoerd op dit smalle en inmiddels zeer dicht begroeide donkere dennenbos hadden uitgevoerd wilden we allemaal graag snel naar open gebied. Gelukkig werd dit pad weer snel breder en toen we de afslag vonden die we voorheen hadden gemist werd het al weer prettiger. Al snel bereikten we de rand van het bos. Hier bereidden we ons voor op de komst van de volgende wisselpunt. We moesten natuurlijk weer verlichting voeren enzo. Op wisselpunt 12 werden we ontvangen door de locale ponyclub. Met een grote vrachtwagen werden de paarden weer vervoerd. We dienden even te assisteren met het afzadelen en konden daarna even een Red-Bulletje pakken. Ik heb dit altijd een smerig goedje gevonden maar hier in Ierland leerde ik het wel waarderen. Inmiddels is het bijna een half jaar later en ik heb het nog niet weer aangeraakt…De officials op deze post wilden ons graag even checken op fitheid en zij vroegen ons van alles. Onder andere over hoe de paarden ons waren bevallen. Volgens hen waren de meeste racers niet eg tevreden over de paarden. Ze vonden het prettig om te horen dat wij daar anders over dachten. Ik geloof dat veel mensen denken dat je een paard de sporen geeft en dat het dan allemaal vanzelf goed komt. Maar wanneer je een paard geen ‘gevoel’ geeft dan doet het beestje niets voor je en dan kun je beter lopen. Dus dan wordt een ride and run etappe een echte handicap in plaats van een welkome afwisseling.
Donderdag. De komende etappe was een lange trekking die we dus begonnen op woensdag om 23.30 uur. We kregen nu langzamer hand problemen met het zandmannetje. Bas was hier aan de beurt. Bas gaf aan dat hij graag even een rustpauze wilde om een uiltje te knappen. We besloten dus om naar een geschikte plaats uit te kijken. Een paar kilometer verder, eigenlijk aan de voet van de klim, stuitten we op een ander team. Zij hadden een plaatsje gevonden en hadden besloten om een uur of drie te gaan slapen. Deze plek bekeken wij nauwkeurig en vonden dat er voor ons ook nog wel plaats was. Het was een met houten hekwerk afgezet stukje terrein met vloerbedekking. De vloerbedekking bestond uit houtsnippers. Dat was natuurlijk ideaal want dat was zacht en warm… We hadden besloten om steeds wanneer iemand het nodig vond, een ‘powernap’ van 15 minuten in te lassen. Dit deden we nu dus ook. Even snel in de foliedeken en dan weer verder. We wilden zeker geen tijd verliezen met slapen. Toen we vertrokken was het andere team in diepe rust en ik weet zeker dat ze het enorme gekraak van onze foliedekens niet gehoord hebben. Wij voelden ons allen een stuk beter na dit dutje en er werd zowaar weer volop gekletst. De klim die ons nu bezig hield was inderdaad zeker geen geintje. Het was mistig geworden en normaal gesproken zijn dat geen omstandigheden die uitnodigen om eens in onbekend gebied te gaan wandelen. Natuurlijk was deze mist voor ons slechts reden om iets extra alert te zijn op kompas en kaart. De bult die we opliepen was eigenlijk een plateau, een soort tafelberg. We moesten er dwars over heen en aan de andere kant zat volgens de kaart en volgens de aanwijzingen van de officials (die wisten van de mist) een enorm steil klif. Daar moesten we langs lopen in noordelijke richting en dan zouden we langs een soort trechterachtige inham komen waarin zich de volgende knipper zou bevinden. We hebben hier een tijdje naar gezocht en toen we nog slechts veertig meter van de kom verwijderd waren zagen we vlak voor ons ineens van links het damesteam lopen. Zij liepen zonder te twijfelen recht de trechter in en vonden de knipper. Zo zeker als zij steeds van hun richting en afstand waren dat verbaasde me telkens opnieuw. Ik wist dat in ieder geval twee van hen veel ervaring hadden in deze sport maar toch viel hun kundigheid me steeds op. Ik moet eerlijk toegeven dat ik diep onder de indruk was van dat team. In tegenstelling tot een aantal andere teams, waren deze dames altijd vriendelijk en behulpzaam. En kletsen, dat konden ze ook goed, goeie genade wat hebben die veel afgepraat. We hebben in de race een aantal malen bij deze dames in de buurt gelopen en niet één moment was het stil. De volgende prikker was een heel eind weg. Het was op een plek waar op de kaart een aantal gebouwtjes stonden getekend. De afstand weet ik niet meer maar het was een redelijk lange kompaskoers. Het was nog steeds mistig en donker. We probeerden de koers zo goed mogelijk vast te houden en gebruikten de hoogte als referentie. Dit lukte aardig want eigenlijk zonder veel zoeken vonden we de gebouwtjes. Het bleek een oude skilift te zijn met wat bijgebouwtjes. Toen we deze gebouwtjes hadden gevonden was het alweer licht geworden en waren we allemaal in voor een dutje. In één van de gebouwtjes vonden we wat blikjes Red-Bull en wat ander voedsel. het leek erop dat iemand dit had klaargezet. Het was in ieder geval niet voor ons en we lieten het dus ook liggen. We sliepen hier van de grond en onder dak dus dat was luxe. Ik geloof dat we hier ruim een uur hebben gelegen. Ik had hier bijna te lang gelegen want ik had erg moeite met opstaan. Dat is het gevaar wanneer je het rusten comfortabel gaat maken en iets langer dan een kwartier… De volgende prikker lag in de wand van een puist in het landschap. Het was weer een flinke trip alleen op kompas. De hoogte als referentie lukte niet meer omdat het ongeveer vlak was. We hadden wel aan twee zijden duidelijke grenzen waar we niet overheen zouden moeten maar ja, het was nog steeds mistig en bij vlagen heel erg mistig. Het landschap dat we wel konden zien dat was eigenlijk alleen maar troep. Heel veel donkere gaten in het landschap waar een hoop grond was weggespoeld. Sommige stukken leken wel een gatenkaas, en we liepen dan door de gaten. Soms was de ondergrond redelijk hard en op andere momenten was het prut. Dit landschap verbaasde ons allen. Categorie buitenaards. In de mist werd het zoeken naar de puist erg moeilijk. Er lagen er ook een paar vlak bij elkaar. Toen op een gegeven moment het gordijn iets open ging zagen we beide bulten en werd het een stuk eenvoudiger. Bij de knipper troffen we een canadees team dat unranked was en passeerden hen. Van deze pukkel uit moesten we een rechte lijn volgen over een lengte van …kilometer. Ik weet niet hoe ver het was. Het was een heel eind in ieder geval. Het terrein was redelijk vlak te noemen wanneer je er even vlug over heen keek. Om over te lopen was het allesbehalve vlak. Pollen, gaten, modder en grotten, dit terrein was van alle gemakken voorzien. De knipper zou liggen in een historisch religieus monument zoals grafheuvels en andere tekenen van oude nederzettingen. Die zagen we op veel plaatsen. De plek die we moesten hebben was ook alweer zo moeilijk te vinden. Een knippertje zoeken die die je pas ziet wanneer je er bovenop staat, aan de hand van een kilometers lange kompaskoers in zeer zwaar terrein. Hier hadden we ook even een beetje moeite met de normaal zo soepel verlopende besluitvorming in het team. We werden een beetje kribbig tegen elkaar. Eigenlijk stelde het niet veel voor maar het is me wel bijgebleven. Wat is een goede ervaring nog als er geen leermomenten in zitten? Ik bedoel maar. Ik ben er trots op dat we deze prikker uberhaubt hebben gevonden. We zagen,, nadat we weer vertrokken waren, twee andere teams die erg dankbaar waren voor het feit dat ze ons zagen vertrekken. Zij liepen dus in één streep naar de knipper. De volgende knipper daar konden we zo naartoe lopen. Die was bevestigd aan een hoekpost op de hoek van een bosperceel. Dat was een eitje en ook niet zo ver. We waren al weer een tijdje aan het dalen en hier werd het nu wat steiler. We vonden een soort greppel waardoor meer mensen hadden gelopen. De greppel was glad en steil en niet echt eenvoudig om doorheen te lopen maar ging precies in de goede richting. Nog lager lag een weggetje waar we naar toe moesten en om daar te komen mosten we door een dicht bos waar het klam en vochtig was. De ondergrond was rotsachtig en bemost en dus ook hartstikke glad. Zonder kleerscheuren lukte het ons. Het rennen haddden we eigenlijk weinig kunnen doen. Enkel en alleen vanwege het terrein. Maar op een glad asfalt weggetje gaat dat als de brandweer. Het voelde goed aan mijn voeten die dribbelpas. Maar bij Christine was het na een paar kilometer wat minder. De blaren die ze tot dan toe niet had die kwamen nu in versneld tempo. Zij liep nu in een kwartier haar voeten kapot… Bas klaagde ook over een blaar die zojuist was verschenen. Mijn benen waren wel vermoeid, net als de rest van mij trouwens, maar deden het nog prima dus ik besloot van Christine haar rugzak te lenen. Nu had ik er twee. Het ging prima zo. Gelukkig was de harde weg niet van lange duur en al snel gingen we aan de andere kant van een grotere weg weer omhoog de bulten in. Veel water troffen we hier. Weer van die pollen uiteraard maar nu met minder modder maar met meer water er tussen. We hadden nu al een aantal dagen achter elkaar natte voeten dus op zich was dat water geen probleem. Hooguit remde het ons wat af. We verwachten niet ver van de volgende wissel af te zijn maar dat viel toch weer wat tegen. Het duurde in ieder geval langer dan we dachten. Donderdagmiddag om 14.44 uur arriveerden we op CP 14. We aten wat en grepen nog weer een paar blikjes Red Bull mee. Ik ging wennen aan dat spul. Best lekker vond ik het.De official hier had een zak chips die hij niet meer wilde en wij waren natuurlijk een dankbare afvalverwerker. Heerlijk dat zoute spul.
Van hieruit zijn we onmiddellijk weer vertrokken op de MTB. Deze etappe begon zowaar met een paar kilometer asfalt. Op een kruispuntje vonden we een tankstationnetje waar we probeerden van de bediende wat olie voor onze schoongespoelde kettingen los te praten maar uiteindelijk moest ik gewoon een busje kopen. Gelukkig hadden we in ieder geval iets voor de smering. Naast deze pomp was een barretje. We besloten dan maar even snel een kop koffie te bestellen. Daar hadden we zin in! Terwijl we genoten van de koffie had ik weer even een heel helder moment. Ik hoorde de anderen praten en het viel me op dat we wel erg aangeslagen waren door de afgelopen dagen zonder goede rust. Het gesprek was vreselijk onsamenhangend en volgens mij voor een buitenstaander niet te volgen. De eerste reactie van ons op een vraag was standaard: ”Huh?” . De overige bezoekers in de bar en de barkeeper/pompbediende zaten ook over ons te smiezen. Ik denk dat zij dachten dat we uit een gekkenhuis waren weggelopen. We waren in de loop van de week langzaam op een lager niveau van bewustzijn geraakt en waren nu net zombies. Ik ging naar de wc en was benieuwd naar de nonverbale verschijnselen van slapeloosheid. Nou, die waren niet om over naar huis te schrijven en daarom wil ik het hier ook maar bij laten. Na het vetten van de ketting trapten we verder. De volgende bestemming waren de grotten waar we ondergronds naar de prikkers zouden moeten zoeken. Dit was voor mij en ik denk ook voor de anderen de zwaarste dag. Ik kon soms op de fiets mijn ogen niet open houden. We hebben een aantal keren aan de kant van de weg gezeten, gewikkeld in onze foliedekens om een paar minuten te slapen. Vijf minuutjes maar. Het bleef me, zelfs in dat stadium, verbazen hoeveel geestelijk herstel er was. Maar we hadden nu duidelijk voor ogen dat we de volgende dag wilden finishen. Het einde duurde nog wel even maar het kwam dichterbij! Dat gaf ons ook weer kracht; we waren al zover gekomen. De wedstrijd was al ruim honderd uur oud en er was al zo veel gebeurd. Ik kon me niet meer herinneren wat we precies op welke dag hadden gedaan. De gesprekken die we hadden hadden weinig diepte meer. Om wakker te blijven en vooral ook om te zorgen dat we het kleine beetje concentratie dat we nog op kunnen brengen te bundelen pakten we het navigeren heel erg systematisch aan. Iets dat ons eigenlijk meteen erg goed beviel. Het ging alsvolgt. Ik had het roadbook. Hierin stond de route afgebeeld volgens het tulip(tulp) systeem. Er stond ook een afstand bij tot aan de volgende verandering van richting of route. Ik riep de afstand en Ray controleerde die afstand op zijn kilometerteller en vertelde ons dus wanneer we af moesten slaan. Bas had de kaart en keek of dat wat wij riepen ongeveer overeen kwam met de kaart. Om allemaal iets te doen te hebben.
Op een gegeven moment moest ik even een plasje plegen of zoiets. Ik moest in ieder geval even stoppen. Ik riep naar de anderen dat ze na een bepaalde afstand rechtsaf zouden moeten. Dat gaf het roadbook aan. Daar zouden ze dan op mij wachten. Toen ik weer op mijn fiets zat wist ik al niet meer wat we nu afgesproken hadden. Ik wist nog wel waar we heen moesten maar ik kon me niet herrineren dat ik dat aan de anderen had verteld. Ik fietste dus wat harder in de veronderstelling dat ik ze achterop zou komen. Ik was spoedig bij de bewuste afslag maar zag niemand. Toen schrok ik nogal. Ik dacht: “Shit, ze zijn vast doorgefietst omdat ze niet wisten waar ze af moesten slaan.” Dus ik als een bezetene verder gefietst. Echt voor mijn gevoel zo hard als ik kon. Maar na een minuutje of tien had ik nog niemand gezien. Ik was nu minstens 5 kilometer de weg af gefietst. Ik besloot terug te gaan naar de plaats waar we af moesten slaan. Nu fietste ik weer keihard terug. Onderweg vloekte en tierde ik alles bij elkaar. Wat een sukkel was ik toch, ongelooflijk! Waarom had ik ze uit het ook verloren? Stel nu dat er iemand van de organisatie langskwam, dan werden we zeker gediskwalificeerd! We waren immers wel ietsje meer dan 100 meter van elkaar verwijderd. Wat baalde ik vreselijk. Toen ik bijna bij de afslag was kwam ik een andere eenzame fietser tegen. Het was Raymond. Wat was ik blij dat ik hem zag! Snel fietsten we terug naar de rest die gewoon op mij hadden staan wachten terwijl ik aan het wateren was. Ik was er gewoon langs gefietst zonder iets te zien. Ik begreep er niets van maar uit de blikken van de anderen begreep ik dat zij van mij ook even niets snapten… Er volgden veel lange paden die over het algemeen goed te fietsen waren. Het regende wel af en toe. Op een bepaaldmoment was er een knippertje verstopt in een grot. In het roadbook was die grot aangegeven. Christine bleef bij de fietsen en wij liepen naar beneden over een glibberig stenen trapje dat naar de ingang van de grot leidde. De grot zag er van buiten niet erg groot uit. Er kwam hier en daar wat water naar beneden lopen dat we nog overstaken op het punt waar dat water een klein stroompje werd. Volgens het roadbook was er achter in de grot een knipper. We konden hier niet verdwalen dus liepen we gewoon direct naar achteren en vonden de knipper. Dit was wel weer iets anders dan de knippertjes tot nu toe en we waren benieuwd naar de grotten die zouden komen na de volgende cp. En die bleken heel anders dan verwacht… Ik heb inmiddels al een aantal malen met de rest ‘gebrainstormt’ over het verdere verloop van deze fietsetappe. We komen er niet goed uit . Niemand weet meer precies wat we uitgevreten hebben die avond. Wel vielen we veel in slaap en hadden we het erg zwaar. Niet zozeer de krachtsinspanning maar we konden ons niet meer concentreren. We konden niet meer wakker blijven.We konden niet meer denken. We zongen nog liedjes die nergens op sloegen en die nu echt niemand nog eens wil horen. Maar ja, het was voor een goed doel toch? Bijna aan het einde van de rit kregen we weer goede hoop. We zouden er weldra zijn en werden ongeduldig. Over het water en dan rechts aanhouden, daar zou er volgens de kaart een pad moeten zijn dat uiteindelijk bij de pc uit zou komen. Opgetogen fietsten we in het pikkedonker het pad af. Het slingerde belachelijk en zelfs nu deden we vreselijk veel moeite om ons te concentreren en om op het pad te blijven. Dat was ook wel de moeite waard want rechts van ons was het water al gezakt tot een meter of vijf beneden ons niveau. Het lamplicht was natuurlijk ook niet echt meer denderend maar we zouden er toch bijna zijn… Op een gegeven moment was Bas het zat. Hij vreesde dat we voorbij de pc waren gereden dus wilde hij terugfietsen. Op de kaart was het duidelijk. Maar toch fietsten Bas en ik terug om even te kijken of we nergens voorbij waren gefietst, wat heel goed had gekunt gezien onze toestand. Het bleek niet zo te zijn dus na een minuutje of twintig waren we weer bij Chris, die stond te slapen tegen haar fiets. Ray had inmiddels het initiatief genomen om even om de hoek te kijken en ja hoor… het wisselpunt. Je blijft lachen met die lui… Ongeveer dertig meter omhoog via trappen met de fiets op de rug en aan de hand en toch maar weer op de rug enzo. Boven was het wisselpunt. Een klein tentenkamp lag voor ons. Ik zag overal wat beweging en ik zag een team met harnas aan lopen.
Vrijdag. Het was bijna half 1 en vrijdagmorgen… Na beraad bij de officials besloten we eerst even wat warms te eten en daarna te gaan slapen. Dat was echt noodzakelijk. We schatten de tijd tot aan de finish op een dikke 12 uur maar we konden nu echt niet verder. Raymond zette de tent op de plaats en Bas en ik bereidden een maaltijd. Het was natuurlijk pasta en het was heerlijk… We aten er nog ships bij en andere kleine dingetjes die ik niet meer weet te benoemen. We zetten allen het alarm op 5 uur geloof ik. We moesten nu echt even beter rusten. Inmiddels was het twee uur, dus lekker 3 uur slapen. Je houdt het niet voor mogelijk maar ik ben zeker vier keer wakker geweest. Ik sliep erg licht. Ik hoorde teams vertrekken en teams komen. Ik hoorde de stemmen van het andere Nederlandse team. Shit… zouden die nu voor of achter ons liggen ? Stel dat ze nu vertrokken zouden we ze dan nog weer in kunnen halen ? Wat moest ik doen… het was nog geen 5 uur en…ik viel weer in slaap. Om 5 uur werd ik wakker en terwijl ik thuis in mijn eigen bedje nog moeite heb om wakker te worden als er een tijdbom afgaat ( je weet wel zo’n echte wekker met van die grote bellen erop), werd ik ondanks de omstandigheden nu wakker van zo’n lullig horlogepiepje. Probeer dat maar eens te verklaren! Ik moet wel toegeven dat ik wel wakker was maar helemaal niet wilde opstaan. Maar ja, nog 1 dag doorgaan en dan kon ik twee dagen achter elkaar slapen. Als ik nu niet op zou staan dan zou ik daar vast vreselijk spijt van krijgen… Buiten was alles stil. Ik deed verwoedde pogingen om de anderen uit hun slaapzak te krijgen maar die hadden eigenlijk al net zo weinig zin als ik. Toch kwam er langzaam beweging in het team. Het werd ook langzaam licht en dat hielp ook mee. Het was wel koud vond ik, maar dat vind ik altijd als ik net uit bed kom. We hadden overalls meegenomen voor in die grotten zodat onze andere kleding niet helemaal onder de modder zou komen te zitten. Ik trok iets anders aan dan ik straks op de fiets weer aan moest, Ik weet alleen niet meer wat. Na de nodige repen en de resten chips vertrokken we ergens in de vroege morgen lopend naar de grotten die ergens in de buurt moesten liggen. De tent lieten we staan en de fietsen moesten hier blijven liggen. Na de grot zouden we weer hier komen. We moesten naar de grotten zoeken. Het waren er twee. We hadden een kaartje gekregen voor beide grotten. Het was een soort plategrond waarin ze ook wat hoogte verschil hadden proberen te verwerken. Het was mij niet erg duidelijk. Na een tijdje zoeken vonden we de ingang. Het was gewoon een gat in de grond! We zagen sporen in de mdder van andere teams dus we moesten hier goed zijn. We zakten af in de grond langs een knopentouw dat naar beneden leidde. Lampjes aan en kruipen maar. Het was meer speleologie dan wat anders. En.. het was koud. De temperatuur was laag maar ook de modder waar we doorheen kropen was koud…en het was nat. We konden achter elkaar door deze nauwe ruimte kruipen. Ray tijgerde voorop. Op een gegeven moment werd het ruimer en konden we van tijgeren via het kruipen langzaam overgaan in lopen en klauteren. We, of in ieder ik had niet echt een goed idee waar we zaten op de kaart. In principe kon er niets fout gaan want tot nu toe konden we nog maar 1 kant op. Hoe kun je dan verdwalen? Op een gegeven moment konden we niet dieper de grot in en restte ons niets dan nog eens goed te kijken of we nog spleten hadden gemist die wat voor ons verborgen. Bijna aan het einde van de grot was een spleet naar beneden. Met de petzl kon Ray zien dat de grot daar verder ging. Bas en Ray besloten daar te gaan kijken. Het was een meter of vier lager. Na de inspectie besloten we allemaal naar beneden te gaan. Het was een ‘Chimney’ of ‘schoorsteen’in klimtaal. Met handen en voeten tegen de wanden gedrukt konden we ons langzaam laten zakken. Van boven druppelde er water op ons neer en we kregen het ook van de inspanning niet warm hier. Eigenlijk was het zo koud dat we begonnen te rillen zodra we stilstonden…Beneden aangekomen was Ray al op onderzoek uit gegaan. Hij kwam snel terug met de boodschap dat we een eindje verder weer naar beneden zouden moeten. We konden daar komen door tussen twee wanden door te klimmen die net genoeg ruimte lieten voor 1 persoon. Soms was het best ingewikkeld want de ondergrond was dusdanig dat je goed moest kijken waar je je voeten neerzette en waar juist niet…Maar dat ging niet zo goed omdat er geen ruimte was om je hoofd goed te knikken. Het was dus echt smal. Inderdaad konden we iets verder weer naar beneden. Door de meegebrachte slings aan elkaar te binden beveiligde ik Ray en Bas terwijl ze naar beneden klommen. Weer een meter of vier. Via het soutterain naar de kelder laten we maar zeggen. Vlak naast ons stroomde er tussen de wanden door water. Dit viel naast het gat waardoor Bas en Ray naar beneden waren geklommen ook naar beneden. Het spetterde nogal. Chris was aan de beurt om naar beneden te gaan maar ergens in mijn hoofd spookte de gedachte dat er hier iets niet klopte. Hoe kon het nu dat we hier met op eigen initiatief meegebrachte materialen naar beneden moesten ? Hoe hadden andere teams dat dan gedaan ? En nog een andere gedachte flitste door mijn hoofd. Als ik ook naar beneden ging, hoe kwamen we dan weer boven ? Ik ga niet! Dit kan niet goed zijn…dacht ik. Na kort overleg met Bas en Ray en Chris besloten we om boven te wachten terwijl Bas en Ray beneden even voorzichtig zouden rondkijken. Snel waren Bas en Ray klaar met hun verkenning. Daar viel niets te zien behalve water dat dieper de aarde in drong. Zij wilden snel weer naar boven want het was daar geloof ik nogal nat. Ik hoorde het water stromen. Met de nodige moeite hees ik de jongens weer naar boven. Steenkoud waren ze. Gelukkig, we waren weer bij elkaar. Deze onderaardse expeditie vond ik veel te spannend. Ik besefte heel goed dat we in onze conditie heel snel verkeerde beslissingen konden nemen die hier genadeloos afgestraft zouden worden. Het uitlopen van de wedstrijd was de hele week hoogste prioriteit geweest maar kwam nu ineens niet meer op het lijstje voor. We gingen terug. Terug door de spleet tot aan de chimney en dan weer 4 meter omhoog. Dit was iets lastiger dan naar beneden en koste erg veel moeite. Vooral Chris had erg veel moeite om boven te komen. Met de prusiks hielp ik haar een handje. Zij was ook erg aangeslagen door de kou. Inmiddels had ik me een paar meter teruggetrokken en ontdekte tot mijn verbazing nog een doorgang. Het was eigenlijk om de hoek van waar het gat zat. Het was eigenlijk niet echt een doorgang maar meer het eigenlijke uiteinde van de spleet waar we in stonden. De bodem liep langzaam omhoog en daar waar de bodem het plafond raakte zag ik… de prikker! Snel drukten we de gaatjes in de controlestrip en schuifelden, kropen en tijgerden terug naar de uitgang. Daglicht ! Gelukkig. Ik begon te rillen als een rietje. Blijkbaar had ik het veel kouder gehad dan ik me had gerealiseerd. We persten ons 1 voor 1 door de nauwe uitgang en hoera, een vierling was geboren… Buiten was het eigenlijk helemaal niet warm maar de temperatuur kwam ons erg aangenaam voor vergeleken met down under. En nu, wat gingen we nu doen ? Eerst even warm worden of eerst de andere grot? We besloten toch eerst de andere grot te doorzoeken op zoek naar de tweede prikker. We vonden snel de ingang of eigenlijk afgang naar de tweede grot. We moesten abseilen langs een wand van een meter of 15 totdat we bij de ingang van de grot konden. Dit afdalen was wel leuk alleen we waren te koud om er van te genieten. Deze grot zou nog iets natter zijn dan de eerste hadden we begrepen van de officials. Bij de ingang van de grot stonden we aan de oever van een onderaards riviertje. De kaart was ons wederom niet erg duidelijk. We volgden het riviertje de aarde in en bleven zoveel mogelijk aan de kant. We wilden niet teveel in het ijskoude water staan. Daar had iedereen inmiddels erg veel ontzag voor gekregen. Toch moesten we een aantal keren door de stroom naar de andere kant en een paar keer een meter of tien in de richting van de stroom om een groot blok heen. Dit was wel een erg mooie grot. Er zaten verschillende niveau’s in en mooie stalagmieten- en tieten. Het duurde even voordat we de prikker gevonden hadden en ik heb nu de indruk dat we niet op de meest efficiente manier zochten. Maar we vonden de prikker op een zogenaamde eerste verdieping en konden de grotten weer uit. Na de doorwadingen voor de tweede keer waren we allemaal verkleumd tot op het bot en ik was erg opgelucht dat we weer naar boven konden klauteren waar we enige tijd daarvoor via het touw naar beneden waren gekomen. De official was ook blij ons te zien. Hij vond dat het nogal lang duurde en was inmiddels begonnen zich zorgen te maken. Toch goed om te weten dat er naar je uitgekeken wordt tijdens de wedstrijd. Om 09.57 waren we weer bij de tent. Dit had veel langer geduurd dan we ooit voor mogelijk hadden gehouden. Toen we eenmaal weer op normale hoogte rondliepen wilden we niets liever dan gauw verder gaan met de volgende etappe. We zouden nog fietsen naar de start van de laatste etappe, de kajaks. Deze fietsetappe was niet zo lang en leek op de kaart ook niet erg zwaar. Gering hoogteverschil en weinig moeilijk terrein.
Tijdens het fietsen was iedereen goed te pas. We praatten weer veel en we gebruikten weer het systeem van één man kaartlezen, één man roadbook en één man de kilometers bij houden. de route ging veel over kleine weggetjes maar wel veel asfalt. Het glooide en was best goed te fietsen. Bas kwam na een plasbreak ons achterop en maande ons op te schieten omdat er een ander team achter ons fietste. In de stemming die we nu hadden, met nog maar een halve dag tegaan was dat een peper in onze reet. We zouden ons nu niet meer in laten halen door die canadezen. No way. Dus de snelheid moest omhoog. En de weg ook blijkbaar. Op een gegeven moment begon er een klim die niet zo steil was maar wel erg lang duurde. Deze weg ging over de top van een heuvel en de weg was een zgn. ‘scenic route’. De weg werd steeds breder en op een gegeven moment werden we steeds ingehaald door grote vrachtwagens vol met keien en gravel. Helemaal niet ‘scenic’, gewoon industrie. Jammer…Langzaam ging het omhoog en Bas en Ray hielpen mij de bult op. Ik kon er weinig tempo meer inhouden. Als Ray in de buurt was dan greep ik het sleepsysteem aan zijn fiets en liet mij via het elastiek door Ray helpen. Dat scheelde enorm. De bult was alleen begroeid met wat dor laag gras en heide. Toen we eindelijk boven kwamen zagen we de weg aan de andere kant weer naar beneden slingeren. Een mooie overzichtelijke gladde weg die daalde, kilometers achter elkaar… en vier mafkezen op mountainbikes die bovenaan staan en heel graag zo snel mogelijk naar beneden willen. Je weet dan wel hoe dat gaat. Oerend hard natuurlijk. Ik kan me voorstellen dat mijn wiellagers nog niet eerder zo warm waren geweest. In no-time waren we natuurlijk weer onderaan en probeerden de snelheid zo hoog mogelijk te houden. Om 15.00 uur precies bereikten we pc 16. Nog twéé pc’s te gaan in de laatste etappe. Zo snel we konden kleedden we ons om in wetsuit en pakten onze spullen over in de waterdichte zakken die in onze boot zaten. We waren bijna aangekleed toen de canadezen het terrein op scheurden. Zij kleedden zich ook om en tot mijn stomme verbazing waren ze tegelijk met ons klaar. We hadden besloten om Bas weer de kaart te geven omdat hij de eerste kajaketappe ook zo goed had genavigeerd. Dus dat moest hij dan nu maar weer doen. Ik had de tweede kaart die ik net als Bas onder het elastiek voor mij op de boot bond. Waterzak ernaast en een laatste hoeveelheid repen erbij. We startten deze laaste etappe ongeveer tegelijk met de canadezen. Bij hen zag het er ook professioneel uit en zij leken me allen in goede doen. Maar ze kletsten me wel een beetje teveel. Wat dat betreft passen ze prima op dat grote continent daar in het westen. We voeren een riviertje af totdat we op het grotere open water kwamen. Dit water leek op de kaart erg open maar wanneer we vanuit de boot om ons heen keken dan zagen we aan alle kanten land. En helemaal niet ver van ons af. Het was namelijk een meer met heel veel eilanden erin. Het eerste doel was een knipper die ergens in een toren op zo’n eilandje moest zitten. De canadezen waren ons voor en hadden ons dus eigenlijk ingehaald. Dat was niet prettig. Maar we waren er nog lang niet en er kon nog veel gebeuren. Het navigeren op het water is erg moeilijk. Je zou denken dat je met al die eilandjes aanknopingspunten zat hebt maar het is erg verwarrend. Je kunt ze niet goed van elkaar onderscheiden en ook is het erg moeilijk om je positie ten opzichte van dat eiland te bepalen. Maar wij hadden Bas… Toen wederom bleek dat Chris en ik steeds uitliepen op Bas en Ray bonden we de boten met een stuk dik elastiek aan elkaar. Nu zouden we in ieder geval even snel varen. Nu kon ik voor mijn gevoel ook alles geven om zo snel mogelijk te varen. Het verstand op nul en de blik op oneindig. Af en toe even kijken of de neus van onze boot nog wees naar de richting die Bas wilde. “Eén twéé, één twéé!” riep ik om een leidraad te geven voor de peddelslag. Af en toe zakte ik zelf weg en maaide mijn peddel zomaar wat heen en weer maar over het algemeen kon ik het goed volhouden. Chris zakte ook soms even weg en dan raakte mijn peddel het water iets verkeerd en dan was ze weer wakker. Ik had geen besef meer van tijd en het enige wat nog telde was de peddelslag. Mijn armen en schouders begonnen langzaam te gloeien en ik probeerde zoveel mogelijk kracht uit mijn buikspieren te halen om mijn armen wat te ontzien. In ieder geval ging het door, en door, en door. De canadeze lagen al vlot een eind achter ons. Aan de richting die zij op voeren leek het ons dat ze een andere route voor ogen hadden dan wij. We vroegen ons af of wij wel de goede route hadden maar volgens Bas zou het allemaal goed komen. Gelukkig, ik had helemaal geen hoofd meer om uit te zoeken welke route nu beter zou zijn. Laat mij nu maar gewoon peddelen. Op een gegeven moment, we kwamen al aardig in de buurt van de voorlaatste pc, was de kaart van Bas op. De rest van de route stond op mijn kaart. Ik moest het dus overnemen. Maar dat ging niet goed vond ik. Ik kon me niet genoeg concentreren en was bang om nu nog een fout te maken. Dus ik gaf mijn kaart aan Bas, stak hem nog een veer in z’n reet en gelukkig ging Bas accoord. De laaste pc voor de finish was een aanlegsteiger waar twee officials ons begroetten. Een laatste knip in de kaart en weer snel in de boten. Het was 17.14 uur.
De finish. Dit laatste deel duurde nog drie-en-een-half uur en was heavy. Nog steeds peddelde ik zo hard mogelijk maar steeds vaker zakte ik weg. Het tellen hield ik niet langer dan een keer of vijf vol en dan vergat ik het gewoon. Ik kreeg een paar keer een vocale oppepper van Bas die nu dus achter mij zat, voorin de achterste boot, omdat ik dus ook de richting vergat die hij opgaf. Ik gooide af en toe een plens water door mijn gezicht maar dat hielp natuurlijk niets meer. Ik had soms het idee dat mijn armen nog ronddraaiden maar dat mijn ogen al gesloten waren. Af en toe begonnen we allemaal tegelijk te tellen maar dat was dan ook maar voor heel even. Bas stuurde ons wel in één keer naar het goede deel van dit meer dat ons naar de finish zou lijden. Er waren namelijk meerdere mogelijkheden om nog een dag of wat door te varen op dit meer zonder ooit de finish te zien. Op een gegeven moment ongeveer drie kwartier voor de finish kwamen we langs een torentje waaruit een grote hoorn klonk toen wij er langs kwamen. Later bleek dat dit bij de finish goed te horen was en een indicatie was voor de organisatie over de aankomsttijd van het eerstvolgende team. Toen we de finish naderden over hetzelfde water als waar we over waren vertrokken en we de finish in zich hadden was de strijd tegen de slaap teneinde. Ik was helemaal niet meer moe en zelfs met een knuppel kreeg je mij nu niet in bed. Dit was een geweldig moment. De ultieme voldoening na een lange tijd van voorbereiden en na deze laatste week van afzien. Met een prachtig team vol goede vrienden. Brian de race-director feliciteerde ons met het resultaat en gaf ons een fles champagne. We joegen daar de kurk uit ik probeerde te genieten van de eigenlijk veel te zure smaak van dit sap. Het was een uur of negen vrijdagavond. “Doe mij maar een bakkie koffie,” dacht ik.
Zaterdag. Na al die inspanningen en een enorm slaaptekort, we hadden in vijf dagen en vijf nachten tijd in totaal niet meer dan 6 uur geslapen, verwachtte ik in deze dag een gat te slapen. Maar nee hoor, om 09.00 uur was ik wakker. Wel moe maar meer lichamelijk. Naast mij werden de anderen ook wakker. Toen ik de anderen bekeek schrok ik toch wel een beetje. Wat een koppen. Alle uitstekende ledematen waren erg opgezet. Raymond had dikke lippen en een enorme neus. In de spiegel bleek later dat ik dat ook had. Opgezwollen handen en voeten. Ongeloofelijk. Buiten de tent zag ik al gauw dat veel andere racers dit ook hadden. De hele week hadden we ongelooflijk veel gedronken en gegeten. Maar we hadden ook voortdurend veel gebruikt. Ons lichaam was dus in hoog tempo bezig met verbranden van voeding en afvalstoffen af te voeren. Maar nu na de finish leek de noodzaak van voortdurend eten en drinken voorbij. Eigenlijk moesten we daar gewoon mee doorgaan. Ons lichaam was nu een puinhoop. Het heeft bijna twee maanden geduurd voordat ik het idee had dat ik goed hersteld was. Waarschijnlijk was het in werkelijkheid nog langer. Bas had een week geleden nog zijn neus opgehaald voor de vette worstjes, bacon en de eggs en was op zoek gegaan naar jus d’orange en meusli. Nu vrat hij zijn vingers bijna op bij die vette hap. Was deze week toch ergens goed voor geweest!
Uit de herinnering van Dirk Gussinklo/Team DART
|
|
You can contact the D.A.R.T. at
bas@adventureracing.nl
|