Raid Sauvage 2001 - Gerrit Kluivers Memorial te Charavines (Fr)
Christine van Donselaar
Net aangekomen schuiven we bij Daulphin aan tafel. Paella. Een waar avontuur naar onbekende vissoorten. De mosselen schuif ik opzij. Zien er zo onappetijtelijk uit dat ik die niet in mijn mond gepropt krijg. Ook de losgewurmde mosselen tussen de paellarijst pluk ik er zorgvuldig tussenuit. De kreeftjes, die me zonder blik aankijken, knak ik zonder pardon om en ontdoe ze van hun heerlijke vlees. Iedereen zit verzameld aan tafel. Lekker zooitje ongeregeld met een goed gevoel voor humor en sport.
Een aantal verhitte dagen leggen ons lam. De verkenningstochten voor de wedstrijd blijven tot een minimum beperkt. Gelukkig heb ik persoonlijk niet zo'n goed geheugen voor landschappen, dus zal ik tijdens de wedstrijd geen nadeel ondervinden van de beperkte voorbereiding en ook geen voordeel van het feit dat ik vorig jaar al een keer meegestreden heb. Wel gebruikt iedereen de warme dagen om het kajakonderdeel goed voor te bereiden. Ons team, bestaande uit Hans, Bas, Raymond en ik, strijden mee in de Raid Sauvage voor de eer, want de Gerrit Kluivers Memorial is een koppelwedstrijd en niet voor teams. Wij hebben voor het kajakonderdeel een aangepaste regel: de beste tijd en de derde tijd van het kajakken bepaalt de starttijd van de wedstrijd. Dat zou kunnen betekenen dat we ons niet druk hoeven te maken, want zeker 1 van ons kan gruwelijk de mist in gaan zonder onze starttijd nadelig te beinvloeden en we hebben ieder zelfs twee pogingen. Maar we maken ons wel druk.
Ter voorbereiding loop ik langs het kajakparcours. Het ziet er weer indrukwekkend uit. Extra handicap dit jaar is dat je keerwaters kunt pakken voor extra punten. Ik heb al twee jaar mijn kajaktechnieken verwaarloosd en ik vraag me af of het verstandig is om de keerwaters te nemen. Als Raoul aan het einde van het invaren vertelt waar we de keerwaters mogen pakken, neem ik me voor eerst maar gewoon af te varen. Ik sluit de rij van de eerste afvaart. Ik zit lekker in de boot en pak alle drie de keerwaters. Dat staat! Bij de tweede afvaart ga ik schuin de waterval af. In de seconde die me nog rest vraag ik me af aan welke kant ik moet opkanten. Ik kies rechts. Terwijl ik om lig, begrijp ik waarom ik links had moeten kiezen.
De rest van de dag gebruiken we voor een rafttraining, ter voorbereiding van de wereldkampioenschappen adventure racing in Zwitserland. Versterkt met het koppel Jeroen/Pepijn raggen we een aantal maal het kajakparcours af. Na een aantal proefrondes, gaan we zeer soepel en strak het parcours af. Dat onderdeel zit wel goed in Zwitserland. Op de camping terug zijn de starttijden voor de wedstrijd bekend: we hebben de tweede tijd, dankzij Bas en Raymond, met 44 minuten achterstand op koppel Sjoerd/Joop. De rest van de teams volgt ons op de voet. De verschillen zijn minimaal.
We hebben nog een volledige dag voordat de wedstrijd begint. Deze dag gebruiken we om onze valtechnieken bij te schaven op de
gletsjer, ook voor Zwitserland. We rijden twee uur naar de skioorden en spurten de berg op richting Le Pic Blanc. Bij de
gletsjers aangekomen, hijsen we de klimsetjes aan, binden de stijgijzers onder en koppelen ons in het zekertouw met de pickel in de hand. We oefenen wat spleetreddingen in de touwgroep of zelfreddingen met behulp van pickel en zonder pickel. Vervolgens rennen we weer naar beneden, rijden twee uur terug en zijn net op tijd voor de briefing van de wedstrijd.
Om 9.44 stipt krijgen we van Raoul de kaart. Hans heeft het verstandige besluit genomen om zijn blessures rust te geven, zodat Raymond, Bas en ik
gedrieën de wedstrijd starten. Na een zorgvuldige blik op de kaart, slaan we af naar links en beginnen direct een steile klim, een paadje langs een stroompje omhoog. Het pad dwaalt af en na wat klimwerk wordt het akelig stil. Waarom hoor ik het stroompje niet klateren? Maar ik blijf klimmen, ik zit nou eenmaal vastgekoppeld aan Raymond. Dan stel ik de vraag hardop en de vertwijfeling slaat toe. Deze weg leidt niet naar punt 1, dus dalen we weer af. Het wemelt hier beneden van de teams, die strak langs het stroompje lopen, waar punt 1 ook te vinden is. Zonder tijd te verliezen en in een poging om teams in te halen, snijden we het pad naar punt 2 af en klimmen het eerste stuk recht omhoog de berg op. Punt 2 stempelen we weer als derde team af. Punt 3 is gelijk aan punt 1, dus we rennen de berg weer af om vervolgens weer omhoog te stampen voor punt 4. Het pad dat we zoeken blijkt echter geen pad te zijn. Het pad dat we vinden daalt weer af en we besluiten van onderaf een stroompje te benaderen. Via een pad langs het stroompje leidt ons vervolgens weer naar boven. Als alles klopt lopen we vanzelf tegen een verticale wand aan, waar punt 4 te vinden moet zijn bij de waterval. Het pad stopt inderdaad tegen een verticale wand met een waterval, maar geen punt 4. Achteromkijkend, zien we onder ons nog een waterval. Via het pad zijn we geheel ongemerkt net 1 verticale wand te hoog gelopen! Les 1 van vandaag: als je via een stroompje omhoog wilt lopen, loop dan letterlijk in of langs het stroompje naar boven.
We dalen de steile wand af, glijdend, vallend, hangend aan bomen en takken en vinden punt 4 als beloning. Terug naar de start om de fiets te pakken. Gelijk maken we van de relatieve rust op de fiets gebruik om goed te eten. Korte tijd later wisselen we de fietsschoentjes voor klimschoentjes en hangen we in de klimwand. Raymond en Bas werken zich binnen enkele minuten naar boven. Voor mij is deze wand een waar gevecht tegen wegvloeiende krachten in armen en benen. Maar er is geen weg terug. De klettersteig die daarna volgt is dan nog een peulenschil. Ik haal de jongens weer bij en we racen door naar punt 6. De jongens hebben onderaan de klimwand de route goed voor kunnen bereiden. Mijn taak is het tempo zo hoog mogelijk te houden. Al snel volgt een stevige klim en mijn tempo daalt drastisch. Mijn poging om omhoog te fietsen eindigt voor een grote kei. Ik probeer af te stappen, maar moet een voet uit de pedalen klikken (spd-pedalen). Te weinig tijd, dus ik druk mijn neus tegen de keien. Les 2 van vandaag: gewoon doorfietsen, dan ga je tenminste strijdend ten onder.
De rest van de klim doen we lopend met de fiets aan het handje en vinden punt 6. Punten 7 en 8 liggen langs een snelle asfaltroute. Als we vervolgens aankomen bij de camping, is koppel Sjoerd/Joop al gefinisht. Wij moeten nog naar de touwbaan bij de watermolen. Daar aangekomen hangt koppel Don/Jeroen nog in het laatste stukje apenhang. Het is dus zaak niet veel tijd te verliezen om de achterstand beperkt te houden. Raymond en Bas klimmen flierefluitend om me heen. Ik klim de blaren in mijn handen, maar hou de achterstand klein. Na 9 uur activiteit finishen we op camping Robert. De rest van de avond gebruiken we om alle avonturen van de dag te delen met de andere teams, die een voor een binnendruppelen.
Gisteren ging het orienteren in het begin niet soepel. Dat moet toch beter gaan vandaag. Als we bij de start de kaart krijgen van Raoul, herkennen we punt 1. Gelijk een flink klimmetje, waarbij ik weer standaard aangekoppeld wordt. Plotseling komt er een golf van scheldwoorden over Bas en mij heen, waarmee Raymond aangeeft dat we weer een paadje te vroeg zijn ingeslagen. Na een korte studie zien we dat we al op de juiste hoogte zijn en besluiten op gelijke hoogte naar het juiste punt door te steken. Helaas verliezen we wel tijd, maar de schade blijft in tijd minimaal en we verspillen geen krachten aan extra klimwerk. Punt 1 vinden we uiteindelijk snel en we nemen de goede route terug naar de camping om te kajakken. Alle teams liggen dicht bij elkaar vandaag, het is gezellig druk op het parcours.
Natuurlijk staat het pronkstuk van de wedstrijd, de touwbaan bij de watermolen, ook vandaag weer op het programma. De hindernis lijkt pittiger dan gisteren. Gelijk met koppel Sjoerd/Joop duiken we de bossen in en vinden de punten goed. We pakken de rechttoe-rechtaan-paden, aangegeven op de kaart. In de praktijk eindigen deze paden continu te vroeg, met als gevolg dat we stukken moeten doorsteken. Desondanks blijven we goed op de route en kunnen snel weer terug naar het dorp voor de volgende hindernis bij Baya. De dunne verticale touwtjes hangen er vervaarlijk bij. Alleen dankzij de knoopjes in de touwtjes red ik het net. Hindernis geslaagd. En we mogen een half uurtje zwemmen. Het lijkt een aangename onderbreking, maar het blijkt een crime voor de spieren. Na een stramme start na het zwemmen, lopen we de bossen in en treffen een venijnige touwbaan. Een killer voor de onderarmen.
Snel vervolgen we onze weg terug naar de camping. Even houthakken op een taai stukje hout en de volgende hindernis kondigt zich aan. De slappe touwen zijn lastig, maar het vooruitzicht op het horizontale net is aanlokkelijk.
We verwisselen onze schoenen en broek en fietsen snel naar punt 9 en 10, onder het genot van een aantal energiereepjes. Punt 11 is in het gevaarlijke dichte sprookjesbos, waarin de kans groot is om te verdwalen. We nemen daarom ruim de tijd om een route uit te stippelen, zodat we zo kort mogelijk in het bos hoeven te fietsen. Deze voorbereiding wordt inderdaad beloond met een snelle vondst van punt 11, na een zeer steile en modderige klim. We dalen als een gek af en zoeken de snelste route terug naar de camping om te finishen na een kleine 8 uur racen. Heerlijk. Het zit er op. En het blijkt ook nog dat we de snelste overall-tijd hebben. Fantastisch. Voldaan ga ik douchen en gun mezelf twee douchemuntjes voor een dubbele douchetijd.